Brandmeldinstallaties

Brand gedetecteerd, procedure gestart

Een brandmeldinstallatie moet drie dingen doen: 1) zo snel mogelijk brand of rook detecteren, 2) zorgen dat er direct gehandeld kan worden, en 3) de procedure starten, oftewel: andere voorzieningen aansturen – denk aan de ontruimingsalarminstallatie, branddeuren, liften, ventilatie, blusinstallaties en de doormelding naar meldkamer of de brandweer.

Een BMI-installatie bestaat uit rookmelders, handbrandmelders, nevenindicatoren, flitslichten, een brandmeldcentrale en sturingen. Dat is de techniek. Maar het werk begint met de vraag ervóór.

Eerst de vraag, dan de melder

In veel ontwerpen wordt branddetectie pas laat concreet. Wij denken liever vroeg mee. Niet alleen over de minimale eis, maar over de functie van het gebouw, de risico’s, de bedrijfsprocessen en de gevolgen van stilstand. Daaruit komt een installatie die niet alleen voldoet, maar ook logisch, beheersbaar en toekomstbestendig is.

We kijken naar wat wet- en regelgeving vraagt en wat de verzekeraar verlangt. Naar wat de gebruiker nodig heeft en welke ruimten of processen absoluut beschermd moeten worden. Naar hoe we ongewenste meldingen beperken, hoe de installatie straks praktisch beheerd wordt en welke sturingen noodzakelijk of gewoon verstandig zijn.

Onze werkwijze in 5 stappen

Wanneer is een brandmeldinstallatie nodig?

Dat hangt af van de gebruiksfunctie, de omvang van het gebouw en de eisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl, voorheen Bouwbesluit). Ook de brandweer, de verzekeraar of het bevoegd gezag kunnen eisen stellen. En soms is er geen verplichting, maar wel een goede reden: een vrieshuis, een serverruimte, een productielijn die niet stil mag. We helpen u bepalen wat in uw situatie nodig is, en wat verstandig is.

Scroll to Top